| Stephen Desberg, die
op 10 september 1954 in Brussel is geboren, schrijft
vanaf 1976 enkele korte verhalen voor het weekblad ‘Kuifje’.
In 1978 neemt de professionele loopbaan van deze oud-leerling
van Maurice Tillieux een start door het leveren van
een scenario voor Baard en Kale (uitgeverij Dupuis).
Samen met tekenaar Will is Desberg verantwoordelijk
voor diverse delen uit deze serie.
Desberg werkt vanaf 1978 met André Benn aan Mick
Mac Adam (uitgeverij Dupuis) en vanaf 1979 aan de avonturen
van Billy the Cat van tekenaar Colman (uitgeverij Dupuis).
Arkel (uitgeverij Dupuis/vzw Arcadia), verschijnt vanaf
1981, gevolgd door de belevenissen van Jimmy Van Doren
(uitgeverij Dupuis), van de hand van Daniel Desorgher.
Met tekenaar Johan De Moor maakt Desberg de reeks Kasper
(uitgeverij Casterman), gevolgd door Kobe de Koe (uitgeverij
Casterman / nu uitgeverij Lombard onder de naam Volle
Melk).
Een nieuwe samenwerking met Will resulteert in drie
albums die bestemd zijn voor een volwassen lezerspubliek.
Liefde in het spel en De 27ste letter verschijnen bij
Dupuis, terwijl De hemel in de hel bij P&T wordt
uitgegeven. In 1993 volgt Carmen Lamour (uitgeverij
M&P), getekend door Eric Maltaite met wie Desberg
eerder voor Dupuis de reeks 421 maakte.
In 1996 publiceert hij samen met tekenaar Bernard Vrancken
de romantische saga Zwart Bloed (uitgeverij Lombard).
Samen met Enrico Marini lanceert Desberg in 1997 De
ster van de woestijn (uitgeverij Dargaud). De Schorpioen,
opnieuw met Marini, neemt een aanvang in oktober 2000.
Tussendoor schrijft Desberg ook aan verhalen voor I.R.S
over de werkwijze van de Amerikaanse fiscus. Bernard
Vrancken levert hiervoor opnieuw het tekenwerk.
Eveneens in 2000 verschijnt bij vzw Arcadia, Gordh,
het eerste deel van Arkel. Een jaar later ligt De zeven
opperduivels, het tweede deel uit deze reeks in de winkelrekken. |