Lang geleden was er eens een
dorpje dat Soeteminne heette. Er ging geen dag voorbij
zonder dat er werd gelachen of gefeest. Hoewel bijna iedereen
in Soeteminne voortdurend goed geluimd was, was er toch
een man die er bedrukt bijliep.
Hartepijn, de dorpssmid van Soeteminne, droomde al jaren
van oorlog, maar hoe kun je dat in een dorp verwachten
als er zelfs amper echtelijke ruzies zijn? Een diepe haat
had zich meester gemaakt van de dorpssmid, niet alleen
tegenover Soeteminne, maar vooral tegenover de magische
boom die de vrede in het dorpje bewaarde.
Om zich eens en voorgoed van de boom te ontdoen, gaat
Hartepijn een bondgenootschap aan met de heks Ranjanja.
Samen besluiten ze duistere krachten in te roepen om hun
plannen te verwezenlijken. Voor het zover komt, moeten
ze eerst wel afrekenen met de mysterieuze Taaietenen,
en met Zakkenloper en Blasius, twee zwervers die de streek
toevallig doorkruisen.